BGT: samen naar één topografische waarheid

02-08-12 |

Sporen, stoepen, waters, plantsoenen, wegen… Ze zitten straks allemaal in één Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT).

"We willen geen gaten of overlap in deze digitale atlas. Daarom werken de 459 bronhouders  samen bij het vullen en beheren van de BGT. En dat moet ook wel." Aan het woord is Ernst Koperdraat, directeur a.i. van het Samenwerkingsverband Bronhouders BGT. "Op dit moment werken alle overheden met eigen kaarten. Het ministerie van EL& I bijvoorbeeld, heeft zijn perceelregistratie. Die is voor de uitbetaling van Europese landbouwsubsidies. En gemeenten gebruiken de GBKN, de grootschalige basiskaart Nederland. Samen hebben overheden 1,5 keer Nederland aan kaarten en bestanden! Die op geen enkele manier met elkaar verbonden, uit te wisselen of af te stemmen zijn."

Van lijnen naar objecten

Al die kaarten zo in één systeem stoppen kan niet. Koperdraat: "De meeste kaarten – ook de GBKN – zijn 'lijnenkaarten'. En een lijnenkaart is niets meer dan een (digitale) weergave van een tekening, van lijntjes. Die zijn alleen voor de mens herkenbaar, niet voor een systeem. Een systeem kan er dus ook geen aanvullende gegevens bij zoeken. Maar definieer je iets als uniek object (met eigen code), dan kan een systeem daar wél gegevens bij zoeken. Welk spoor ernaast loopt, wat de perceelgrenzen zijn, de aangrenzende waterwegen… En dat is precies wat straks kan met de BGT. Die bestaat uit intelligente objectkaarten."

Objecten identificeren

De BGT moet voor 1 januari 2016 gevuld zijn met objectgegevens. Een hele klus voor de 459 bronhouders; gemeenten, provincies, waterschappen, ProRail en de ministeries van I&M, EL&I en Defensie. Koperdraat: "Ze moeten elke weg, elke waterloop, elk stukje grasland identificeren als uniek object en de gegevens gestandaardiseerd aanleveren. Een paar bronhouders hebben hun “objecten” al prima in kaart. Maar die kaarten stoppen bij de eigen (beheer)grenzen. Overleg met andere partijen is dan toch nodig. Kleinere bronhouders moeten dat ook, en hebben bovendien vaak geen eigen faciliteiten om gegevens te verzamelen. Landmeters bijvoorbeeld."

Bronhouders werken samen

"Het mooie is dat we met de BGT straks één topografische waarheid hebben: werkbaar voor alle overheden en helder naar de burger. In zo’n systeem willen we natuurlijk geen overlap. En zeker geen gaten. Dan moet je wel samenwerken. Want dat je de BGT in je eentje kunt vullen, is een illusie. Sinds 1 juni 2012 werken bronhouders dan ook samen, in het Samenwerkingsverband Bronhouders BGT, kortweg SVB-BGT. Doel is afstemmen wie wat doet en bronhouders faciliteren om op tijd te kunnen leveren en over te gaan naar de BGT. In dit samenwerkingsverband is ruimte voor eigen tempo en prioriteiten. En ieders bijdrage is even belangrijk."

Omslag

"Binnen de SVB-BGT definieerden we 25 regio’s waarbinnen wordt samengewerkt aan de transitie. Elke regio maakt een transitieplan, met daarin de onderlinge samenhangen en verbanden. Zo kunnen bronhouders hun planning en strategie op elkaar afstemmen. In juni waren de kick-offs van de transitieplannen. De sfeer was enthousiast, 'doenerig'. Er is lang over de BGT gepraat, men wil nu graag aan de slag. Natuurlijk is samenwerken even wennen. Bronhouders hebben lang gedacht dat ze alles zelf moesten doen. De omslag van lijndenken naar grensoverstijgend objectdenken, die maken de bronhouders nu."